Guido Bonsen: schijnwerper op paralympische sport

09 april 2009

Op 1 maart wandelde hij op Sportcentrum Papendal het pand van de Atletiekunie binnen om aan een nieuwe uitdaging te beginnen. Voor hem, maar ook voor de Atletiekunie en in het bijzonder de paralympische atletiek. Guido Bonsen, vanaf maart bondscoach van de paralympische atleten, wil in zijn nieuwe functie een professionele en gestructureerde organisatie neerzetten, meer en harder trainen en de sport in de schijnwerpers krijgen.

De bondscoach vertelt een enthousiast verhaal, waarin ambitie het sleutelwoord is, de paralympische atletiek moet het onderste uit de kan gaan halen. De Atletiekunie zag vorig jaar op de Paralympische Spelen dat Nederland de aansluiting met de wereldtop kwijt was geraakt. Zeker, het goud van speerwerper Pieter Gruijters is imposant en op de twee zilveren plakken van Annette Roozen valt weinig af te dingen, maar in vergelijking met de oogst van het WK in Assen van 2006 was het in Beijing over de hele linie mager.

In de paralympische atletiek is de afgelopen jaren internationaal een professionaliseringsslag gemaakt en Nederland heeft die slag gemist, zo luidt de harde conclusie. Om straks in Londen weer aan te kunnen haken, is verandering nodig. Het idee om hiertoe een fulltime bondscoach aan te stellen werd door NOC*NSF toegejuicht, maar het jaar 2011 achtte de sportkoepel te laat. Vandaar dat de Atletiekunie eind 2008 Bonsen aanzocht om de plannen gestalte te geven.

Guido Bonsen is een nieuweling in de paralympische tak, maar ziet dit niet als nadeel. Sterker, de bond zocht iemand van buitenaf om "beide werelden te integreren. De samenwerking te zoeken",vertelt Bonsen. Hij komt met een voorbeeld. Naast het bondscoachschap is hij ook trainer van meerkampster Jolanda Keizer en een voornemen is om vanaf komende winter Keizer met zijn nieuwe pupillen te laten trainen. "Er kunnen goede trainingsmaatjes voor haar bijzitten en dat kan ook andersom zo zijn, ze kunnen elkaar beter maken. "

Papendal
Het voorbeeld van Keizer voert verder. De nummer twee van de EK-indoor woont en traint op Papendal, een weg die de laatste jaren door steeds meer valide atleten gekozen wordt. De bond biedt hen een aantrekkelijk totaalpakket met onder andere bondscoaches, trainingsfaciliteiten, medische ondersteuning en woonruimte. Het is die professionalisering en structuur die Bonsen ook zijn sporters wil gaan bieden. "En daarbij moet je ook denken aan zaken als het afstellen van protheses, sponsoring, trainingsstages, afspraken met werkgevers en opleidingen. Bij alles moet uiteindelijk de sport voorop staan."

Wheeler Kenny van Weeghel was in de aanloop naar Beijing al lange tijd intern op Papendal, maar momenteel zijn er geen paralympische atleten te vinden in de Arnhemse bossen. Dat gaat dus veranderen. "Deze zomer zullen we hier één dag in de week gezamenlijk trainen. Afhankelijk van werk en studie hoop ik dat vanaf de winter enkele atleten meerdere dagen per week hier zullen zijn, eventueel met overnachting. Dat moet vervolgens uitgebouwd worden, het zullen er steeds meer worden. Atleten zullen moeten gaan beseffen dat er hier op Papendal veel te halen is."

Om die structuur op te zetten zal Bonsen voorlopig vaker achter zijn bureau zitten of overleg voeren, dan dat hij de trainingsbaan ziet. "Dat zal eerst een verdeling van circa 70-30 procent zijn. Ik ben nu bezig met het neerzetten van een structuur, voer gesprekken met NOC*NSF, zoek naar sponsoren, heb contact met een instrumentenmaker die op Papendal komt om protheses af te stellen, praat met Innosport enzovoorts. Maar verder in de tijd zal dat percentage omgekeerd zijn, " voorspelt hij.

Stevig aan de bak
De 39-jarige Haarlemmer, die zelf op onder meer de tienkamp en de 400 meter horden uitkwam, heeft inmiddels de huidige trainingssituatie van zijn atleten geanalyseerd en gaat kijken op welke wijze Papendal een versterking kan zijn. Vast staat dat zijn Londen A- (de overgebleven Beijing-gangers) en B-selectie (zij die Beijing net niet haalden maar de potentie hebben om er wel in Londen bij te zijn) vaker en steviger aan de bak moet. Sommigen hebben al een stap gemaakt, maar de meesten van deze ongeveer tien atleten trainen nu vier á vijf keer per week en hebben daar een fulltime baan of studie naast. Ze trainen bij hun club mee op het schema van valide atleten.

"Dat gaat niet voldoende zijn voor een medaille in Londen. Stapsgewijs moeten we die training opvoeren. Minder werken, meer trainen. Als Tom Fugers straks aan de start van de 400 meter verschijnt, dan staat gewoon Jeremy Warriner, maar dan toevallig met een been eraf. Dat mag het enige verschil zijn. Tom moet net zo getraind zijn, net zoveel meters hebben gelopen, net zoveel krachttraining hebben gedaan en net zo vaak over zijn nek zijn gegaan. We staan daar net zo fit, dat is het doel. Het is een omslag, maar dat niveau is internationaal neergelegd, we zullen moeten,"doceert Bonsen.

Op Papendal zal hij een dagdeel in de week ondersteunt worden door Agnes Otten (bondscoach wheelen) en Piet Meijdam (bondscoach werpnummers). Bonsen, die naast meerkampsters Jolanda Keizer en Esme Kamphuis onder anderen sprinter Daniel van Leeuwen en hoogspringster Titia van Osch coachte, werd mede gekozen vanwege zijn meerkampverleden. "De 100, 200 en 400 meter en het verspringen zijn onderdelen uit de meerkamp, daar kan ik een bijdrage leveren. Met Piet en Agnes kunnen wij alle atleten bedienen." Er is ook nog de talentengroep, die voornamelijk uit wheelers bestaat en die onder de hoede van Agnes valt. Met die atleten bemoei ik me niet, maar uiteraard heb ik wel contact hierover met Agnes." Talent is schaars, erkent Bonsen. "Er is weinig instroom. NOC*NSF is daar fanatiek mee bezig, zo is er op 14 juni op Papendal een talentendag, waar sporters kunnen uitproberen welke sport bij hen past. Daar zal ik zeker aandachtig toeschouwer zijn."

Aandacht
Het brengt Bonsen bij het derde deel van zijn missie, het vergroten van de publiciteit rond zijn sport. "Zoiets valt of staat met de prestaties. Als de professionele structuur goed staat en we de training goed invullen, volgt aandacht vanzelf. Je moet er niet om schreeuwen, aandacht moet je verdienen. Maar het is wel erg belangrijk om uiteindelijk meer mensen aan het sporten te krijgen."

Het eerste echte meetpunt ligt ruim anderhalf jaar verderop, het WK van januari 2011 in Christchurch, Nieuw-Zeeland. Opnieuw anderhalf jaar verder gloort Londen 2012. Bonsen heeft zin in zijn opdracht. Wat hem drijft? "De kans om fulltime met atletiek bezig te zijn en de uitdaging om die professionaliseringsslag te maken. Ik wil de stap die ik met Jolanda, het van clubniveau doorstoten naar de wereldtop en alles wat daarbij komt kijken, ook bij de paralympische selectie maken. Ik werk graag met gemotiveerde atleten, heb nu iedereen ontmoet en gezien dat die motivatie er is. Ze moeten nog wel in hun hoofd een slag maken wat betreft topsport. Ze hebben met vier of vijf trainingen per week een medaille gewonnen, maar moeten daar nu veel meer arbeid voor leveren. Die ommekeer bewerkstelligen, is een uitdaging. Professionaliteit inbrengen zal leiden tot hele goede resultaten en we zullen zien wat die precies gaan zijn!"

Tekst: Mark Bos