Elleboogklachten bij speerwerpen

Elleboogklachten bij speerwerpen



Inleiding


Een veel voorkomende blessure bij speerwerpen is de 'speerwerperselleboog'. Hierbij wordt er pijn gevoeld aan de binnenzijde van de elleboog. Ook de spieren in de onderarm kunnen stijf en pijnlijk aanvoelen. In sommige gevallen kan de elleboog bij buigen en strekken pijnlijk aanvoelen en kraken. De blessure kan geleidelijk ontstaan als er in een trainingsperiode (te) veel geworpen wordt. Soms ontstaan deze pijnklachten echter door één foutief uitgevoerde worp. Dat gebeurt met name als de speer tijdens de afworp zijdelings doorgetrokken wordt. Als er sprake is van een 'speerwerperselleboog' kunnen de pijnklachten ook in het dagelijks leven optreden bij:
  • buigen of strekken van de elleboog;
  • onderhands optillen van iets zwaars (bijvoorbeeld een stoel);
  • stoten van de binnenzijde van de elleboog.

Oorzaken van deze elleboogklachten


Deze pijnklachten treden op doordat de stabiliserende gewrichtsband en de aanhechting van de spieren (pezen) aan de binnenzijde van de elleboog, overbelast en geïrriteerd zijn. Ook het ellebooggewricht zelf kan geïrriteerd zijn, waardoor zich vocht kan ontwikkelen in het gewricht. Het is bekend dat pezen, gewrichtsbanden en gewrichten in het algemeen maar een matige doorbloeding hebben en dat genezing van dit soort blessures lang duurt.

Meestal is een samenspel van factoren verantwoordelijk voor het
ontstaan van deze blessure:
  • onvoldoende aandacht voor een specifieke warming-up voor het speerwerpen;
  • te snel opvoeren van het aantal worpen of de kracht waarmee geworpen wordt;
  • foutieve werptechniek (zijdelings doortrekken van de speer);
  • onvoldoende lengte of kracht van de onderarm- en schouderspieren;
  • onvoldoende beweeglijkheid van de schouder of de rug.

Rekkingsoefeningen speerwerpen

Hoe voorkom je deze elleboogklachten?


Om deze elleboogblessure te voorkomen, is het raadzaam om onderstaande preventietips bij speerwerpen op te volgen:

  • Warming-up
    Voer na een algemene warming-up een specifieke warming-up voor het speerwerpen uit. In deze warming-up moet onder andere aandacht besteed worden aan specifieke losmaak- en rekoefeningen voor de onderarm, schouder en romp.Als voorbeeld:

    • Hou de speer met beide handen net zo breed vast dat heen en weer zwaaien over het hoofd met gestrekte armen mogelijk is
    • Hou de speer met beide handen boven het hoofd en buig met de romp naar links en naar rechts.
    • Leg de speer op de schouders en leg de armen over de speer. Maak nu met de romp draaibewegingen naar links en naar rechts.
    • Breng de arm horizontaal zo ver mogelijk naar achteren en hou de hand tegen een muur of paal. Hou de handpalm hierbij naar binnen/boven gedraaid. De oefening wordt nog specifieker als je vanuit deze positie de werphouding aanneemt en voorzichtig met de heupen en de romp indraait.
    • vouw de vingers in elkaar en strek de armen zover mogelijk uit boven het hoofd. Probeer hierbij met de romp licht achterover te buigen.

    Bij deze rekoefeningen geldt dat er alleen een spierspanning (dus géén pijn) gevoeld mag worden en dat de oefening zo'n 10 seconden vastgehouden moet worden.
    Herhaal deze oefeningen enige malen.
    Oefeningen speerwerpen
  • Goede trainingsopbouw
    Zorg voor een goede trainingsopbouw. Voer het aantal en de intensiteit van de worpen per training slechts langzaam op. Realiseer je dat het werpen met een balletje toch net iets anders is dan het werpen met een speer. Wees dus voorzichtig bij het overschakelen van de ene trainingsvorm naar de andere. Naast het uitvoeren van bovengenoemde specifieke losmaak-en rekoefeningen is het belangrijk de speerwerptraining te beginnen met prikken in de grond en met worpen uit een verkorte aanloop (drie- en vijfpas).
  • Spierversterkende oefeningen
    Voer zowel voor de spieren die de onderarm respectievelijk buigen of strekken spierversterkende oefeningen uit. Dit kan bijvoorbeeld door in een bal of veer te knijpen of door met een gewichtje in de hand de pols zowel naar beneden als naar boven te bewegen.
  • Goede techniek
    Leer een goede speerwerptechniek aan. Vraag je trainer hier goed op te letten. Van belang is om de speer vlak naast het hoofd af te werpen en boven langs door te halen. Met name zijdelings doortrekken van de speer kan tot deze elleboogklachten leiden.

Wat kun je doen als deze blessure (toch) is ontstaan?


Wees alert op het begin van deze blessure. Een zeurende pijn tijdens of vlak na de training is niet normaal!

  • Voer bovenstaande preventietips uit
    Voer bovenstaande preventietips uit, waarbij je vooral aandacht geeft aan het uitvoeren van de rekoefeningen voor de onderarmspieren.
  • Massage
    Als de onderarm na een zware werptraining stijf aanvoelt, masseer deze dan zelf of laat deze dan masseren.
  • Koelen

    • Als de elleboog tijdens of na de training pijnlijk is, koel deze dan in ieder geval na de training. Doe dat bij voorkeur door met een smeltend ijsblokje zo'n 15 minuten over de pijnlijke plek te wrijven. Ook is het mogelijk een coldpack of een zak met kapot geslagen ijsblokjes tegen de elleboog aan te houden. Hou dan wel bijvoorbeeld een theedoek tussen de huid en het ijs om huidbeschadiging door bevriezing te voorkomen.
    • Als de pijn ook na de training aanhoudt, voer dan 3 tot 5 keer op de dag een ijsmassage van de pijnlijke plek uit.

  • Aanpassen trainingsbelasting
    Als je deze blessure hebt, stop dan met werpen of maak alleen nog maar technische worpjes uit verkorte aanloop. Je mag geen pijn voelen tijdens of (de ochtend) na de training. De trainingsomvang moet tijdelijk omlaag gebracht worden; het is immers een overbelastingsblessure! Soms kan het helpen de handgreep tijdelijk te wijzigen (in de ‘V-greep, waarbij de speer vastgepakt wordt tussen de wijs- en middenvinger).
  • Tape
    Het is soms zinvol om bij het werpen een ondersteunende bandage of tape net onder de elleboog aan te leggen. Laat dit beoordelen door een (sport)arts of (sport)fysiotherapeut.
  • Vraag sportmedisch advies
    Als bovenstaande maatregelen niet binnen twee tot vier weken leiden tot een duidelijke vermindering van de klachten, ga dan naar de huisarts of sportarts. Deze kan dan beoordelen welke behandeling voor jou het beste is.
    Je kunt op de website www.sportzorg.nl opzoeken waar bij jou in de buurt een sportarts werkt op een Sportmedische Instelling (SMI).

    www.sportgeneeskunde.com of www.sportzorg.nl).

Overzicht medische artikelen