Looponderdelen

hoe lang, hoe snel.

Weinig evenementen brengen tijdens atletiekwedstrijden zoveel spanning en sfeer in een stadion als de looponderdelen; met name als topatleten voor een volle tribune een nek aan nekrace lopen en de wedstrijd in de laatste meters moet worden beslist.
Lopen is ook een van de meest basic onderdelen in de atletiek. Over de hele wereld is men bekend met dit onderdeel van de atletiek en de historie van het lopen is bijna zo oud als de mens zelf. Het is ook het lopen dat de basis vormt voor veel andere sporten. De atletiek dankt mede hieraan haar complimenteuze titel 'moeder aller sporten'.
Tijdens de wereldkampioenschappen in Edmonton (2001) stonden er maar liefst 23 loopnummers op het programma; kort, lang, met of zonder hindernissen. Voor elk onderdeel wordt in verschillende mate een beroep gedaan op kracht, snelheid, explosiviteit, souplesse, uithoudingsvermogen en technisch vaardigheden van de atleet.

Binnen de looponderdelen op de baan kan een onderscheid worden aangebracht in de volgende onderdelen waarop in Nederland een Nederlands record kan worden erkend:

Sprint 100m, 200m and 400m
Midden afstand 800m, 1000m, 1500m, 1 Engelse mijl, 2000m
Lange afstand 3000m, 5000m, 10.000m en 1 uur
Horden - 100m(vrouwen), 110m(mannen), 400m
Estafettes - 4x100, 4x200, 4x400, 4x800, 4x1500(mannen),
Steeple chase 2000m(vrouwen), 3000m(mannen)

Sprint

Sprinters hebben moeten beschikken over een stuk explosiviteit om vanuit stilstand in een startblok zo snel mogelijk op volle snelheid te komen. Die snelheid moeten zij gedurende de race weten vast te houden. De 100m is het meest aansprekende looponderdeel. De korte duur van het onderdeel, de persoonlijkheden en de snelheid van de atleten maken dit onderdeel favoriet bij het publiek.
Lees verder

Midden afstand

Midden afstandlopers combineren uithoudingsvermogen met een hoge snelheid, taaiheid en kracht. Omdat de atleten niet in een eigen baan lopen is de uitgangspositie in de eindfase van de wedstrijd van groot belang voor de overwinning. Een goede midden afstandloper moet dus ook slim en tactisch zijn.
Lees verder


Lange afstand

Lange afstandlopers hebben vooral een bijzonder groot uithoudingsvermogen nodig, gecombineerd met een goede technische loopstijl en om te winnen; een goede strategie. De lange afstandlopers leggen de rondjes slechts een paar seconden langzamer af dan de sprinters maar weten dit wel veel langer vol te houden. Ook in de voorbereidende training van een lange afstand atleet worden heel wat kilometers afgelegd.
Lees verder

Horden

De hordeloop is een combinatie van een loop en een springonderdeel. De lopers komen tijdens hun sprint op regelmatige afstanden een horde tegen. Bij de mannen (110m) is de hoogte van dit obstakel 106,7cm, bij de vrouwen, over 100m: 84cm. Bij een wedstrijd over 400m worden de hordes lager gezet. De hordes kunnen tijdens de race omver worden gelopen, maar de loper zal dit liever vermijden omdat dit onherroepelijk ten koste gaat van de snelheid.
Lees verder

Steeplechase

De steeplechase is ontstaan vanuit de paardrijsport. Het hindernisparcours met houten balken en per ronde een waterbak levert vaak spectaculaire beelden op. Naast uithoudingsvermogen is ook de coördinatie van de atleet van groot belang; en dat wordt tegen het einde van de wedstrijd nogal eens een probleem. De mannen lopen de wedstrijd over 3000m, bij de vrouwen is de officiële afstand 2000m.
Lees verder

Estafette

De estafette is het teamonderdeel binnen de atletiek. Vaak worden de estafettes aan het eind van een kampioenschap gehouden en vormt dit een van de hoogtepunten voor een atletiekploeg. Naast hun snelle race moeten de atleten op volle snelheid een estafettestokje kunnen doorgeven binnen een vastgesteld wisselvak. Een estafetteploeg op de baan bestaat uit vier personen. De afstanden waarover de estafette plaatsvindt kunnen (bij de senioren) variëren van 4x100m tot 4x1500m
Lees verder

Snelwandelen

Het snelwandelen is al sinds jaar en dag een onderdeel van de atletiek. Sinds 1908 maakt het onderdeel uit van het programma van de Olympische Spelen. Toch is het aantal snelwandelaars beperkt gebleven. In Nederland zijn zo’n 100 snelwandelaars actief. Sommige snelwandelaars komen uit de wandelsport. Vanuit het (sportieve) wandelen zoeken ze een grotere uitdaging en die vinden ze in het sneller wandelen (snelwandelen) of het wandelen van langere afstanden (lange afstand wandelen). Andere snelwandelaars hebben een atletiek-achtergrond. Vanuit de jeugdatletiek specialiseren zij zich in het snelwandelen of ze stappen over van bijvoorbeeld het midden afstandlopen of lange afstandlopen naar het snelwandelen.
Lees verder