Eric van der Burg: "Ik vind dat we er als Atletiekunie goed voorstaan"

27 februari 2018
Vorige

Eind november werd hij gekozen tot voorzitter van de Atletiekunie, als opvolger van Theo Hoex. Ruim twee maanden later heeft Eric van der Burg zijn eerste ervaringen opgedaan in die nieuwe functie en is het tijd om hem wat uitgebreider te introduceren. Al is de Amsterdamse wethouder bepaald geen onbekende in atletiekkringen, omdat hij zich sinds 2010 al stevig inzette voor de EK van twee jaar geleden in het Olympisch stadion. We spraken hem in Apeldoorn waar hij de tweede dag van de NK Indoor Meerkamp bijwoonde.

Van der Burg werd op 9 oktober 1965 geboren in Amsterdam, groeide op in het Friese Oosterwolde en keerde in 1975 weer terug in de hoofdstad. Op 17-jarige leeftijd werd hij actief binnen het stadsdeel zuidoost voor de VVD.  Sinds 2010 is hij wethouder van de hoofdstad en in de bijna afgelopen twee raadsperiodes maakte de sport deel uit van zijn portefeuille.

Vanwaar die voorliefde voor de atletiek?

‘Ik vind het mooie aan deze sport dat topsport en breedtesport letterlijk dicht bij elkaar zitten. Dat zie je hier in Omnisport waar mensen Eelco Sintnicolaas bijna kunnen aanraken – en dat is over twee weken met Dafne Schippers en de andere toppers net zo.’

‘Terugkijkend op de EK ben ik daarom vooral tevreden met die kant van het toernooi: dat zóveel mensen meededen met de 10km run door de binnenstad, dat ze gratis konden kijken naar discuswerpen en speerwerpen op het Museumplein en dat we de paralympische atletiek hebben kunnen integreren. Bovendien hebben we in Amsterdam de atletiek in het onderwijs een boost kunnen geven door heel veel kinderen met deze sport te laten kennismaken en door een soort opfriscursus voor leerkrachten aan te bieden. Ook het contact tussen scholen en atletiekverenigingen is versterkt. De EK heeft de atletiek goed op de kaart gezet.’

Wat brengt een wethouder en locoburgemeester van een grote stad ertoe om het voorzitterschap van een grote sportbond op zich te nemen?

‘In de eerste plaats: omdat het eervol is dat je ervoor gevraagd wordt – want zo is het gegaan. Maar daarnaast geloof ik oprecht dat je in je leven moet woekeren met de talenten die je hebt, zeker als je daar ook nog eens erg van kan genieten. Je ziet hier bij de NK heel veel mensen die zich als vrijwilliger inzetten voor de sport. Daar ben ik er één van. Veel verschil is er niet, maar mij moet je geen jurylid maken. Ik ben toevallig wel goed in besturen en ik vind het leuk ook. Dus heb ik meteen “ja” gezegd.’

Zit het uw eigen sportleven niet in de weg?

‘Voor ik naar Apeldoorn kwam heb ik vanochtend eerst 5km gelopen en gisteren deed ik dat ook. In januari heb ik de Halve van Egmond gelopen en zo heb ik nog een paar lopen in mijn agenda staan. En in het najaar wil ik in Amsterdam mijn eerste marathon lopen. Vorig jaar heb ik al bijna dertig kilometer meegelopen met een vriendin. Nu wil ik mijn trainingen langzaam uitbreiden tot 100km per maand en dan de hele lopen.’

‘In het verleden heb ik aan judo, korfbal en voetbal gedaan. Ik ben eigenlijk een echte teamsporter. Maar het voordeel van hardlopen is uiteraard dat je dat op elk moment dat het jou uitkomt kunt doen, al is het om zes uur ’s ochtends of elf uur ’s avonds.’ ‘Het mooie van atletiek vind ik dat je dat je steeds tegen jezelf strijdt. Of je nu eerste of laatste wordt: als je goed presteert kun je tevreden naar huis gaan. En als het tegenviel weet je: na vandaag is er weer een morgen.’

Zou het, gezien die marathonplannen en het voorzitterschap van de Atletiekunie, niet beter zijn om straks in maart maar niet herkozen te worden?

‘Ik ben momenteel heel hard campagne aan het voeren voor de gemeenteraadsverkiezingen om ervoor te zorgen dat mijn partij – de VVD – een zo goed mogelijk resultaat behaalt. Wat mijn eigen politieke toekomst betreft: op 22 maart weten we wat de uitslag is en dan kan ik mijn plan trekken voor de onderhandelingen en eventueel mijn eigen rol daarin. Ik kan wel zeggen dat mijn wensen zijn vervuld. Toen ik tien jaar was, wist ik al dat ik ooit wethouder van Amsterdam wilde worden voor mijn cluppie en dat ben ik nu acht jaar geweest.’

Wat is er zo mooi aan dat wethouderschap?

‘Het spreekt me aan dat je heel concrete resultaten kunt boeken voor de mensen. Dat kon ik in het stadsdeel doen en nu ook vanuit het college. Je neemt besluiten en je kunt goed blijven volgen hoe die uitgevoerd worden.’

Welke uitdagingen ziet u voor de Atletiekunie en daarmee voor uzelf als voorzitter?

‘Ik vind dat we er goed voorstaan: niet alleen door de sportieve successen, maar ook als ik kijk naar de verenigingen. De meeste zijn redelijk tot goed gezond, voor zover ik nu al een beeld heb kunnen krijgen. En vanuit de samenleving wordt er op een positieve manier naar onze sport gekeken; dat is ook niet onbelangrijk.’

‘Ik ben me er van bewust dat het bondsbureau een zware tijd achter de rug heeft, omdat afscheid genomen moest worden van diverse medewerkers en een deel van de mensen die zijn gebleven andere functies kregen. Maar ik denk wel dat we er sterker uitgekomen zijn.’

Waar staat de Atletiekunie over vijf of tien jaar, als het aan u ligt?

‘Daar kan en wil ik nu nog niets over zeggen. Ik ben ruim twee maanden bezig om me te oriënteren en wil dat met open ogen en oren doen, zonder al een richting aan te geven. Na die oriëntatiefase zal ik wel eens gaan vragen: wat zouden jullie hiervan vinden, of daarvan?’ ‘Daarbij is het natuurlijk zo dat we als bestuur moeten zorgen voor de bestaanszekerheid van de sport. We moeten draagvlak creëren en voor een goede financiële basis leggen. Maar ik ga me uiteraard niet bemoeien met wat er in trainingen en bij wedstrijden gebeurt. Daarvoor lopen er hier veel mensen rond die er veel meer verstand van hebben.’

‘Wat de financiële bestaanszekerheid betreft realiseer ik me dat het niet altijd makkelijk is sponsoring en andere inkomsten te verwerven. Maar als ik zie dat steeds meer mensen bezig zijn met een gezonde leefstijl, waarin sport een grote rol speelt, kan ik me niet voorstellen dat we geen goede basis kunnen leggen onder onze organisatie.’

U wist al jong dat u wethouder wilde worden. Hoelang denkt u al aan een bestuurlijke functie in de sport?

En kan dit voorzitterschap een opstap zijn naar een functie binnen NOC*NSF, de IAAF of het IOC?

‘Met dat laatste ben ik helemaal niet bezig. De liefde voor het sportbestuur is pas de afgelopen jaren ontstaan, toen ik ook als wethouder sport in een stad die veel grote evenementen huisvest contacten kreeg met veel sportbonden en andere sportorganisaties. Ik vind het een heel leuke en boeiende wereld. En ik hoop dat we als Atletiekunie ook de nodige evenementen binnen kunnen halen, zoals hopelijk de EK indoor in 2021.’

 

Bekijk hier nog eens de video waar we Eric van der Burg spraken tijdens het Atletiekgala:
 

Tekst: Cors van den Brink
Foto's: Erik van Leeuwen 
Video: Create 5