Frame Runners trainen met reguliere trimgroep

05 juli 2021
Aangepast sporten Vorige

Aangepast aanbod integreren in het reguliere aanbod

Frame Running, voorheen bekend onder de naam RaceRunning, groeit wereldwijd enorm hard, ook in Nederland. Frame Runners trainen over het algemeen in aparte groepen maar dat hoeft niet altijd. Bij atletiekvereniging AAC’61 in Assen doen Frame Runners mee met de reguliere trimgroep. Harry Jan Keizer, initiator van dit succes, legt uit wat de voorwaarden en mogelijkheden van deze vorm van geïntegreerd sporten zijn.

In 2010 begon Frame Running in Nederland voorzichtig als proef van het VUmc. Vanaf 2012 ging de sport verder met grote sponsor NSGK (nu bekend onder de naam het Gehandicapte Kind, red.). Op dit moment bieden ruim veertig atletiekverenigingen de sport aan. Bij AAC’61 is dat al vanaf 2016 mogelijk. Harry Jan, zelf Frame Running-trainer (FR-trainer) en beoefenaar, is hierachter de drijvende kracht.

‘Ook oefeningen en bijvoorbeeld de warming-up kun je prima samen doen’

Frame Runners onder leiding van Harry Jan bij de finishboog van de TT-Run in Assen (2019)

Verharde paden en ATB-banden

Afgelopen jaar trainden Frame Runners Harry Jan en zijn trainingsmaatje Bob mee met de reguliere trimgroep van AAC ’61. Elke zondagochtend nam een trainer de groep vanuit het clubhuis mee naar de Zevensprong in het Asserbos. Harry Jan: ‘Dit is een soort rotonde, waar naar mijn idee wel acht paden op uit komen, maar het heet de Zevensprong. Naast al die onverharde zijpaden ligt ook een fietspad. Perfect voor ons. En doordat het niveau binnen de groep sterk wisselt en ook de doelen variëren, is deze trainingsomgeving voor iedereen prettig. We komen elkaar hier continu tegen en doen toch ons eigen ding. Zo komen we meteen bij een voorwaarde van een geïntegreerde training: er moet ook een verhard pad zijn.’ Harry Jan vertelt lachend verder: ‘Al wilden Bob en ik ook graag mee de bospaden op dus schaften we ATB-banden aan. Maar na een paar weken besloten we dat al die boomwortels wel wat risicovol waren. Nu zijn het onze winterbanden, bij glad weer is extra grip ook fijn. Veel loopscholingsoefeningen en de warming-up en cooling down kun je trouwens ook prima samen doen. Op de Frame Runner zit een rem zodat je er bijvoorbeeld naast of achter kunt staan voor de balans tijdens oefeningen.’

‘De reguliere trainer moet in gesprek gaan met de Frame Runner.’

Elke trainer kan dit

Op dit moment trainen Harry Jan en Bob naar een marathon toe. Daarom volgen ze hun eigen schema en trainen ze niet mee met de trimgroep. De gemixte trimgroep van afgelopen najaar, waarbij Frame Runners en reguliere lopers samen trainden, werd begeleid door een reguliere trainer en volgens Harry Jan kan elke goede hardlooptrainer dit. ‘Het belangrijkste is dat de trainer in gesprek gaat met de Frame Runner. Wat is je doel? Waar wil je naar toe trainen? Hoe is je belastbaarheid? Dezelfde vragen die je aan elke sporter stelt. Al is het gesprek met een Frame Runner misschien wel belangrijker.’ Harry Jan geeft een voorbeeld: ‘Mijn trainingsmaatje Bob, die door een hersenbloeding beperkt kan bewegen, vindt het niet prettig om te hard of onverwachts aangemoedigd te worden. Een groep Frame Runners moet sowieso niet te divers zijn wat betreft beperkingen. Verder kijk je naar belastbaarheid, leeftijd en niveau. Maar bij reguliere groepen maak je hierin ook geen gekke combinaties. Een voorwaarde is wel dat de groep niet te groot is maar ook dat geldt net zo goed voor reguliere groepen.’

‘Ook trainers zouden moeten integreren’

Op de baan & verenigingsleven

Zelf traint Harry Jan een groep van veertien Frame Runners. Een aantal van deze fanatieke en getalenteerde jonge deelnemers zou prima met een Mila-groep mee kunnen doen. Zolang je maar binnen je baan blijft, loop je elkaar niet in de weg. Harry Jan gaat een stapje verder: ‘Ook trainers zouden moeten integreren. Een FR-trainer van een talentvolle sporter kan bijvoorbeeld veel leren van een reguliere sprinttrainer. Zij zouden idealiter de atleet samen begeleiden.’

Een ander belangrijk aandachtspunt dat Harry Jan noemt is het integreren van de Frame Runners binnen het verenigingsleven. ‘Je wilt natuurlijk dat ook deze leden zich betrokken voelen bij de vereniging. Mijn advies en aanpak: nauw contact houden met het bestuur, ze informeren over wat je aan het doen bent en ze bijvoorbeeld uitnodigen bij trainingen.’

Integreren kan en hoeft niet altijd

Naast alle mogelijkheden die Harry Jan ziet voor een geïntegreerd sportaanbod, zet hij ook een kanttekening. ‘Integratie moet niet altijd, het is niet altijd mogelijk en zelfs niet altijd wenselijk. Ik train een groep van veertien Frame Runners, variërend van drie tot en met 62 jaar. Die willen graag samen trainen, ze hebben het zo gezellig met elkaar. Maar deze groep is ook te divers qua beperkingen, die moet je niet in z’n geheel bij een reguliere groep voegen. En overigens ook niet overlaten aan een reguliere trainer. De meeste van deze sporters zijn erg vatbaar: ze moeten wel in beweging blijven, maar niet te veel. Hun belastbaarheid is laag. Enkele zijn behoorlijk beperkt, die moeten bijvoorbeeld geduwd worden.’

Verenigingen & trainers aan de slag

Dr. Petra van Schie werkt als senior onderzoeker en kinderfysiotherapeut bij het Amsterdam UMC en is voorzitter van framerunning.nl. Zij ontdekte Frame Running (toen nog bekend als RaceRunning, red.) in de tijd dat ze les gaf in Denemarken. Ze raakte enthousiast en bracht het naar Nederland. Eerst bij kinderrevalidatiecentra en mytylscholen, later ook bij atletiekverenigingen met als doel: inclusief sporten en bewegen. Zij beantwoordt de vraag: waarom trainen er op dit moment nog weinig volwassenen met reguliere groepen mee? Petra: ‘Het is, denk ik, deels een beetje koudwatervrees. Een trainer is opgeleid om aan valide mensen les te geven. Frame Running is dan toch iets onbekends, misschien een beetje spannend. Begrijpelijk, toch zou je daar als trainer overheen moeten stappen en kijken naar wat er wel kan. Natuurlijk heeft een training met Frame Runners wat aanpassingen nodig. Ga voor normaal waar het kan en speciaal waar het moet. Frame Runners vinden het zelf wellicht ook eng. Een sportmaatje, een reguliere loper, koppelen aan een Frame Runner kan heel bevorderlijk zijn. Als je nieuw bent in een groep en twijfelt of je het wel kunt, dan helpt het wanneer iemand zegt: ik blijf bij je. Kijk als vereniging naar wat mogelijk is: hoe snel is iemand, hoelang kan iemand Frame Runnen? Harry Jan is bijvoorbeeld heel snel en kan heel ver, dan kun je makkelijk met een reguliere groep mee. Een ander is veel minder snel, maar die wil waarschijnlijk zelf ook niet mee met zo’n groep. Kortom: het zou heel mooi zijn wanneer verenigingen meer kijken naar de mogelijkheden van de atleet.’

Tekst: Esther Vliege
Foto's: AAC '61