Grensoverschrijdend gedrag: de aanpak bij Atletico‘73

18 februari 2019
Veilige sportomgeving Vorige

Hoe voorkom je grensoverschrijdend gedrag bij je vereniging. Door een klimaat te scheppen waar atleten zich veilig voelen en de verantwoordelijke trainers en bestuurders weten waar ze op moeten letten en wat hen te doen staat als er wél iemand over de schreef gaat. Atletico’73 in Gendringen is daar al een jaar of drie mee bezig.

Atletico is een actieve vereniging met een veelzijdig aanbod voor de 400 leden. Daar zijn heel wat mensen voor nodig. Twaalf trainers en een vijftal assistenten zijn er voor de jeugd en de senioren op de baan. Dan zijn er nog eens twaalf trainers voor de negen loopgroepen en de sportief-wandelgroep. En om de drie kleine trainingsgroepen voor kinderen met autisme goed te begeleiden, zijn er nog eens zes trainers actief. ‘En al die trainers en bestuursleden, en uiteraard ook de leden en de ouders, moet je weten te doordringen van het belang van een veilig sportklimaat’, zegt Jan Jolink, die voorzitter is van het uit zeven leden bestaand bestuur van Atletico.

Zelf werkte hij veertig jaar in het basisonderwijs en ook nu nog laat hij zich drie dagdelen per week inroosteren om als vrijwilliger rekenles te geven aan kinderen die wat extra hulp kunnen gebruiken. ‘Op de scholen waar ik werkte, heb ik gezien dat de maatschappij steeds strengere regels gaat stellen om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Als zich op een school iets had voorgedaan, hoorde ik collega’s zeggen: “Nu zal het voor ons wel lastiger worden”. En inderdaad: er moet bijvoorbeeld steeds meer schriftelijk vastgelegd worden. Maar die regels zijn nodig, ook al je zelf denkt dat het allemaal goed gaat.’

Datzelfde gaat volgens Jolink op voor de sportvereniging. En dan kun je maar beter niet wachten tot er sprake is van misdragingen. ‘Toen ik drie jaar geleden het voorzitterschap overnam van Gerard Jansen hebben we vastgelegd dat we de trainers vragen om een VOG-verklaring, de Verklaring Omtrent Gedrag. ‘Daarmee willen we voorkomen dat trainers die elders over de schreef gingen, bij ons aan de slag kunnen gaan. Nee, je voorkomt daarmee niet alles, maar het werkt wel preventief. In het onderwijs en in de kerk zag je dat mensen die weggestuurd worden, elders weer in de fout gaan. Een tweede stap was dat Atletico’73 bij trainers die van elders komen bij hun eerdere vereniging een referentie opvragen.’
 

 
Jan Jolink, voorzitter Atletico '73
 

Hoe valt het binnen je bestaande trainerskorps als iedereen opeens die VOG moet aanvragen. Voelen mensen zich potentieel niet een verdachte?

‘Je moet het in een rustig tempo invoeren en het belang goed toelichten. We hebben het eerst in de ledenvergadering aan de orde gesteld. Daarbij hebben we benadrukt dat we dit niet doen omdat er al sprake is van grensoverschrijdend gedrag. Voor de trainers zelf was het helemaal geen punt, die hebben gewoon zo’n VOG aangevraagd. Dat is tegenwoordig gratis, het doet ook financieel geen pijn. Je kunt het vergelijken met de eis dat een trainer een EHBO-diploma heeft. Maar het gaat om meer dan een papieren verklaring, stelt Jolink. ‘Als je grensoverschrijdend gedrag wilt voorkomen, moet je ook duidelijk maken waar het dan precies om gaat. Dat we aan veel meer moeten denken dan alleen seksueel misbruik. Dat we een fijne, veilige sfeer willen scheppen. Dat hebben we aan de orde gesteld in de besprekingen die we regelmatig met de jeugdtrainers hebben.’

Jolink beschreef daarvoor een aantal casussen en stelde de vraag: hoe treed je op als trainer? Bijvoorbeeld als ouders van een talentvolle atleet bij trainingen en wedstrijden steeds vaker klagen over het niveau van de andere jeugdleden. Of bij een tienjarige jongen die – naar de smaak van de meisjes – wat al te aanhankelijk is in zijn gedrag. En wat doe je als je vindt dat je collega-trainer te uitbundig zijn of haar atleten omhelst na een goede prestatie, terwijl je zelf vindt dat je fysiek afstand moet bewaren?

Jolink: ‘Zeker in de sport is er een grijs gebied: trainers raken hun atleten aan om hen iets duidelijk te maken. Maar wat vind je dan wel of niet geoorloofd? Het speelt bijvoorbeeld ook als we op kamp gaan: hoe zorg je dan voor toezicht op wat jeugdatleten en trainers wel en niet met elkaar doen?’ ‘Wat ook kan spelen: we willen een open vereniging zijn, waar iedereen een plek kan vinden. We willen niet zomaar kinderen en sporters wegsturen vanwege bepaald gedrag. Ouders van andere kinderen vinden daar ook iets van. Je moet dus afspraken maken over wat je wel en niet accepteert, maar wat ons betreft is de  vraag ook hoe je oplossingen kunt vinden voor lastig gedrag.’

Vertrouwenscontactpersonen

In het kader van de maatregelen en afspraken rond de sociale veiligheid heeft Atletico’73 twee vertrouwenspersonen aangesteld: een looptrainer die veel contact heeft met de volwassenen en een moeder van een sporter die veel ouders en jeugdleden ziet en kent. Hun namen en contactgegevens zijn te vinden op de website van de vereniging, maar hun portretfoto hangt ook in de kantine, zodat ze letterlijk en figuurlijk voor alle leden en ouders herkenbaar zijn.

‘We hebben hen gevraagd omdat we als bestuur dachten dat zij die rol kunnen vervullen. Daarbij bleek dat ze beiden ook elders al een dergelijke functie bekleden. Je moet mensen hebben die een goede inschatting van een situatie kunnen maken en niet snel in paniek raken. En er is een zekere voorzichtigheid geboden want een valse beschuldiging kan voor een trainer heel ingrijpende gevolgen hebben.’ ‘De afspraak is dat ze jaarlijks melden hoe vaak ze zijn aangesproken. Ze bepalen zelf of ze een kwestie zelf aanpakken of dat het dermate ernstig is dat we ons er als bestuur over moeten buigen, dan wel of er een melding bij de Atletiekunie, bij NOC*NSF of bij de politie noodzakelijk is. Dat is gelukkig nog nooit het geval geweest.’

Kan het zo zijn dat je als bestuur, juist omdat je je trainers en leden goed denkt te kennen, blind wordt voor mogelijke misstanden? En kun je daarom niet beter mensen van buiten toezicht laten houden?

Jolink: ‘Dat zouden dan een soort politiemensen zijn die hier rondlopen? Nee, ik denk dat we met elkaar onze ogen goed open kunnen houden. We hopen dat ouders naar een vertrouwenspersoon of naar ons stappen als hen iets opvalt, ook als het om kleinere zaken gaat. En we hebben bovendien enkele extra “voelsprieten” binnen de vereniging die weten wat er speelt. Ik zou wel heel teleurgesteld zijn als zou blijken dat wij ons zó in iemand hebben vergist en er wel iets ernstigs is gebeurd.’ Tenslotte: was Jolink niet bang dat mensen buiten de vereniging zouden denken dat er wel wat speelt – of gespeeld heeft – door alle aandacht die Atletico’73 heeft voor grensoverschrijdend gedrag? Is het geen “anti-reclame” voor je vereniging?

‘In tegendeel’, zegt de voorzitter. ‘Misschien zou dat in het verleden wel hebben gespeeld. Maar ik denk dat je potentiële leden en anderen tegenwoordig beter kunt laten zien dat je oog hebt voor wat er mis kan gaan en dat je je verantwoordelijk voelt voor een veilig sportklimaat op de vereniging.’

Tekst & Foto's: Cors van den Brink

Benieuwd naar wat Atletico’73 op de eigen website heeft staan over het thema Sociale veiligheid?