Het zit bij Anton Vael gewoon in de genen

01 december 2014
Vorige

Als al zijn vrijwilligerswerk in de sport de revue lijken te zijn gepasseerd, valt het oog plotseling op een robuust kopieerapparaat. 'Die heb ik voor de zes clubbladen die ik nog maak,' zegt Anton Vael (71). 'Voor verenigingen hier in Vlissingen. Bij twee daarvan zorg ik ook voor de inhoud, bij de voetbal en de atletiek.'

Ook dat nog. Zijn reeks bezigheden was immers al zo lang. Bestuurslid van de VZA, de samenwerkende Zeeuwse atletiekverenigingen, coördinator van de vrijwilligers bij de Kustmarathon, scheidsrechter en jurylid, voorzitter van de wedstrijdcommissie van adsv Dynamica die jaarlijks zo'n twintig wegwedstrijden organiseert met alles dat er bij komt kijken. En dat zijn slechts zijn huidige functies. 'De lijst is niet compleet, maar dat geeft niet,' zegt Vael. 'Ik heb ooit eens opgeschreven wat ik allemaal heb gedaan. Maar daar komt geen einde aan.'

Indrukwekkend. Maar een stille kracht in de sport als Anton Vael, zo'n nijvere werker achter de schermen, ziet het anders: 'Ik vind het normaal.'

Het is er een beetje ingegroeid, zegt hij. Op zijn zesde jaar - nu 65 jaar geleden - werd hij lid van sportvereniging Walcheren. 'Toen ik dertien was begon ik met het ophalen van de formuliertjes voor de Toto. Voor de clubkas. Zo rol je van het één in het ander. Ik ben op een gegeven moment jeugdtrainer geworden, zat in de jeugdcommissie van het voetbal en was leider bij de jeugdkampen van de NKS.'

De atletiek kwam pas later in zijn leven. 'De eerste jaren deed je bij de sv Walcheren allerlei sporten. Op je tiende moest je dan kiezen tussen voetbal en handbal. Ik koos voetbal, maar omdat ze bij handbal mensen tekort kwamen, deed ik daar ook mee. En nog basketbal en een blauwe maandag was ik ook wielrenner. Bij voetbal zeiden ze: gôh, je bent snel, ga eens bij atletiek kijken. Dat ben ik gaan doen. Sprinten. Ik was, denk ik, achttien jaar. Mijn beste tijd ooit was 11,4 seconden. Zeker voor die tijd best aardig, op die sintelbanen. Er was nog een hoop mensen sneller dan ik, maar dat gaf niet. We hadden er lol in. Als we in Gelderland op vakantie waren, reden we met de auto - een oud beestje - voor een wedstrijd naar Vlissingen op en neer. Voor twaalf seconden, ja. Je liet je ploeg niet in de steek natuurlijk.'

Hij voetbalde lang. Tot hij in 1971 zijn been brak en Vael weer ging handballen. Hij werd ook scheidsrechter in die sport, op nationaal niveau, en zijn vrouw Louise speelde met sv Walcheren zelfs eredivisie. Al bleef hij jurylid, in die jaren was atletiek wat op de achtergrond geraakt. Tot wij met onze oudste zoon op de bank voor de buis naar de Olympische Spelen van Los Angeles 1984 zaten te kijken. 'Tien jaar was hij. Dat wil ik ook, zei hij. Een week later bracht ik hem naar de baan en was ik ook weer terug als vrijwilliger.'

Anton Vael was bovendien zijn hele werkzame leven sportambtenaar in de gemeente Vlissingen. Vanuit die rol had hij ook te maken met de fusie tussen het Vlissingse Atletica en Dynamo in Middelburg, een voorwaarde voor de twee gemeenten om samen een nieuwe atletiekbaan aan te leggen. Die baan kwam er uiteindelijk drie jaar geleden, ruim vijftien jaar na de fusie.

'Als ambtenaar was ik bij alles nauw bij betrokken. Op een gegeven moment ben ik met pensioen gegaan en ben ik eigenlijk zó aan de andere kant van de tafel gaan zitten. Voor die tijd kon dat niet, vond ik. Je kon als sportambtenaar niet ook bestuurslid bij een sportclub zijn. Dan zit je daar met twee petten op. Dat kan niet. Maar Louise zat wél in het bestuur van Dynamica. Dat gaf thuis wel eens discussie. In prima sfeer, hoor.'

Sport is zijn leven, vooral het organiseren. 'Dat zit gewoon in mijn genen. Ik heb het niet allemaal zelf uitgevoerd, maar vaak wel geregeld. Zowel in mijn werk als bij de verenigingen. Dat draag je met je mee en dat blijft bij je. Iets voor elkaar boksen, dat vind ik heel mooi. Voor mij is dat ook veel belangrijker dan mijn persoonlijke sportprestaties.'

Ook nu hij jaarlijks betrokken is bij wel twintig loopevenementen heeft hij niet de neiging om zelfs eens mee te doen. 'Ik heb er geen behoefte aan. Geen tijd voor ook. In militaire dienst heb ik wel langere afstanden gelopen. Dan moesten we ons voorbereiden op de tien kilometer tijdens de militaire kampioenschappen. Dat deed je want je kreeg extra voorzieningen, eten, noem maar op. Niet omdat je het leuk vond. Ik ben echt een sprinter.'

Als coördinator van 160 vrijwilligers op Walcheren tijdens de Kustmarathon geniet Anton Vael evengoed van het betere duurwerk. 'Het is een hele belevenis, al die mensen. Het is ook elk jaar weer anders. Dit jaar hadden we die Light Kustrun, met al die lasers. Niet te beschrijven zo mooi... Zeeuwse trots, dat mag je zo wel zeggen. Veel mensen willen ook komen helpen en daar beleef ik dan weer plezier aan. Ik heb er vrijwilligers tussen uit Amsterdam, die staan al negen jaar op hetzelfde plekje. Uit Nijmegen ook. Bij die marathon kom je ook van alles tegen. Er zijn er bij die verdorie de hele marathon op blote voeten lopen. Daar snap je niks van.'

Het is voor Vael een jaarlijks hoogtepunt, maar niet het enige. Neem de Boulevardloop, één van de oudste stratenlopen van Nederland (1929). 'Die werd lang door Gerrie ter Meulen georganiseerd. Op een gegeven moment zei hij te stoppen, het was over met de Boulevardloop. Ik heb hem toen gevraagd of we het mochten overnemen. Dat was goed. Maar alleen als jij het doet, zei Gerrie. Hij vertrouwde mij, ook vanwege mijn werk als sportambtenaar. Dat was in 1983. De Boulevardloop bestaat nog altijd.'

Hoe mooi die wedstrijden langs Zeeuwse straten, boulevards, strand of duinen ook, de baanatletiek vindt Vael toch aantrekkelijker. 'Vooral de tienkamp vind ik prachtig, met de polsstok als mooiste onderdeel. Het moeilijkste ook. Daar ben ik ook het liefst als jurylid. Ik vind die kameraadschap onder de tienkampers prachtig. Ze helpen elkaar echt om er een mooie wedstrijd van te maken.'

Bij Dynamica, vertelt Vael, is de tienkamp een beetje doodgebloed, al zijn er enkele nieuwe activiteiten. Zo is er de nieuwe stichting Splash Athletics die de Zeeuwse jeugdatletiek een impuls wil geven. Niet bij iedereen even geliefd, aldus Vael. Maar hij ziet graag dat jongere mensen initiatieven nemen, iets organiseren om er uiteindelijk net zo in te rollen als hij ooit. Zelf gaat Vael nog wel even door, zolang hij het leuk vindt. 'Maar ik ga geen nieuwe dingen meer oppakken.'

Dan pakt hij twee onderscheidingen. De Carrièreprijs Vlissingen, een onderscheiding voor vrijwilligers, ontving hij in 2012 samen met zijn vrouw Louise. En beiden ook werden ze in 2008 benoemd als lid in de Orde van Oranje Nassau voor al hun werk in de sport. Samen, want zo deden ze het altijd. 'We konden lezen en schrijven met elkaar. We trokken heel veel samen op.'

Veel is anders, sinds ze anderhalf jaar geleden overleed. 'Ik loop er steeds tegen aan dat ik dingen niet weet. Dat realiseer ik me nu, hè. Als ik vroeger wel vragen had, wist zij dat altijd precies. Je vult elkaar zo aan... Kwestie van aanvoelen. Dat is wat je nu mist, je moet het allemaal zelf doen.'

Tekst: Pim van Esschoten

Foto’s: Anton Vael