Praktische tips veelzijdig fundament

Terug naar illustratie

Praktische tips op het thema 'veelzijdig fundament'

Trainers (en andere betrokkenen bij jeugdatletiek) spelen een grote rol in het plezier dat de jeugd beleeft aan hun sportbeoefening en zijn van grote invloed op het ontwikkelen van hun vaardigheid. Zij zijn degenen die zorgen voor een veilige en ontwikkelingsgerichte omgeving waarin een jonge sporter tot bloei kan komen. Praktische tips om het thema 'veelzijdig fundament‘ vorm te geven tijdens trainingen en op bestuurders- beleidsniveau (indien van toepassing). Vanuit de praktische tips kun je onderaan deze pagina doorklikken naar een beknopte theoretische onderbouwing.

FUNdament (6-8/9 jaar)

Kinderen moeten eerst ‘de baas’ worden over hun eigen lichaam voordat ze met complexe technieken en materialen aan de slag kunnen.

  • Laat pupillen lopen, werpen en springen in allerlei speelse situaties waarin je een beroep doet op behendigheid (voorkom dat je enkel eindvormen traint).
  • Ontwikkel het aanpassingsvermogen door veel te variëren (bijv. in uitvoering, materiaal  en ondergrond).
  • Kies – naast lopen, werpen en springen – voor oefeningen met de grondvormen van bewegen. Denk bijvoorbeeld aan balanceren, duw- en trekspelen en balspelen. Met name zaaltrainingen, parcoursvormen en inleidingen- en afsluitingen bieden hiervoor mogelijkheden.
  • Kies eenvoudige uitvoeringen van technieken die aansluiten bij de ontwikkeling van het kind, het leerlijnen document kan je hierbij helpen. (In dit document wordt per onderdeel (lopen, springen, werpen) aangegeven hoe er binnen de verschillende leeftijdscategorieen naar de eindvorm van het onderdeel gewerkt wordt)
  • Gevoelige periode voor snelheidstraining, richtlijn: 5 seconden sprinten (reactievermogen, frequentie, verschillende richtingen).
  • Stimuleer kinderen om verschillende sporten te doen. Dit kun je als trainer ook zelf doen door tijdens de training eens een andere sport aan te bieden waar bijvoorbeeld het sprinten in terug komt.

Leren trainen (8/9-11/12 jaar)

Kinderen bevinden zich in de ‘gouden leeftijd’. De toegenomen complexiteit van de hersenen en de ideale verhoudingen van het lichaam zorgen ervoor dat het lichaam erg gevoelig is om snel sport specifieke bewegingen aan te leren.

  • Zie fundament.
  • Zorg dat de essenties van alle atletiek specifieke bewegingen aan bod komen .
  • Richt je op de techniek: wat moet je doen om zo hoog, ver of snel mogelijk te gaan? Niet focussen op details, maar focus op resultaat en efficiëntie van de beweging (sneller, verder, hoger?)
  • Laat kinderen (eenvoudige) oefeningen zowel met links als rechts uitvoeren.
  • Maak gebruik van vormen van indirect leren. Dit betekent dat je als trainer vooral moet ‘spelen’ met de omgeving waarin een taak uitgevoerd wordt. Voorbeeld, Net na de afzetplaats bij het verspringen een schuimblok neerleggen, waarmee je de afzetplaats en de afzethoogte afdwingt. Of aangeven dat je over de boomtoppen moet springen. 

Trainen voor omvang (11/12-15/16 jaar)

Atleten komen in deze fase op verschillende momenten in de groeispurt, waardoor er grote individuele verschillen in belastbaarheid ontstaan.

  • Zie leren trainen en fundament.
  • Besteed tijdens de groeispurt aandacht aan flexibiliteit omdat botten sneller groeien dan de pezen en spieren.
  • Besteed aandacht aan een goede houding om blessures te voorkomen ("rechtop staan alsof je een boek op je hoofd draagt").
  • Wees voorzichtig met (eenzijdige) springvormen vanuit hoge snelheid, vanwege de beperkte belastbaarheid.
  • Blijf veelzijdig trainen en veel variëren om overbelasting te voorkomen.
  • Gevoelige periode (meisjes 11-13, jongens 13-16) voor snelheidstraining gericht op verhoging van de maximale snelheid (richtlijn max. 20 sec).
  • Gevoelige periode voor duurtraining: aan het begin van de groeispurt focus op aeroob capaciteit (omvang).
  • Start met spierversterkende oefeningen door gebruik te maken van eigen lichaamsgewicht of verzwarende ondergrond (geen externe gewichten gebruiken).
  • Start met het aanleren van basistechnieken krachttraining zonder gewicht door gebruik te maken van verschillende oefeningen/materiaal (omvang). Eerst techniek, dan belasten! (meisjes kunnen na menstruatie evt. al beginnen met externe gewichten trainen).
  • Heb ruim aandacht voor het verbeteren en consolideren van alle atletiek-specifieke vaardigheden. 

Wetenschappelijke onderbouwing