Veelzijdig fundament - onderbouwing

Beknopte wetenschappelijke onderbouwing van het thema 'veelzijdig fundament'

Een veelzijdig trainingsaanbod zal in vergelijking met een eenzijdig specifiek aanbod op latere leeftijd leiden tot hoger prestatieniveau, omdat het lichaam – en het zenuwstelsel in het bijzonder – zich beter kan ontwikkelen (Bompa, 2000). Wormhoudt e.a. (2013) geven in onderstaan figuur hetzelfde weer: niet de steilheid van de curve is belangrijk, maar het eindpunt!

Veelzijdige ontwikkeling versus specialisatie (Wormhoudt e.a., 2013, p.23).

Uit onderzoek van Feeley, Agel & LaPrade (2016) blijkt dat kinderen die op jonge leeftijd gespecialiseerd trainen een grotere kans hebben om geblesseerd te raken dan hun leeftijdsgenoten die dit (nog) niet hebben gedaan.

Ook het risico op mentale overbelasting is groter bij een vroegtijdige specialisatie. Zo blijkt dat op jonge leeftijd gespecialiseerd trainen gerelateerd is aan burn-out-klachten, depressieve gevoelens en bijgevolg vroegtijdig stoppen met de sport (drop-out) (Vaeyens e.a., 2009). Deze klachten zouden mede voortkomen uit de druk die de kinderen ervaren om te moeten presteren (Meyer, e.a., 2015). Ook blijken atleten door een gebrek aan variatie in de specialistische trainingen minder plezier te beleven (Baker, 2003; Fraser-Thomas, Côte & Deakin, 2008). Dit is in lijn met onderzoek wat aantoont dat variatie de intrinsieke motivatie sterk positief kan beïnvloeden (Morris & Summers, 2004; Frederick & Ryan, 1993).

Bovenstaande toont aan dat specialiseren op jonge leeftijd ongewenst is en pleit voor een brede sportieve ontwikkeling. Het belang van deze veelzijdige basis is in de huidige tijd nog groter. De huidige generatie jeugd is motorisch aanmerkelijk minder goed ontwikkeld dan vroeger (Knop, 2004; Roth, 1010). Dit komt onder andere doordat kinderen minder buitenspelen, hoofdzakelijk als gevolg van curerende technologieën (o.a. computer, telefoon) en een steeds beperkte (buiten)speelruimte (TNS NIPO, 2013). Daar waar kinderen vroeger hun conditionele en coördinatieve vaardigheden buiten de vereniging ontwikkelden, zal deze taak nu – meer dan vroeger – moeten worden overgenomen door de sportvereniging.

Ook in het LTAD-model staat een veelzijdige ontwikkeling centraal. Het benadrukt het belang van het vroegtijdig ontwikkelen van de “ABC’s”: agility (beweeglijkheid), balance (balans), coordination (coördinatie) en speed (snelheid). Deze stevige basis is noodzakelijk: zowel voor de topsport als voor een levenslange sportloopbaan (Tammelin, 2005). Atleten kunnen op basis van een veelzijdige basis immers gemakkelijk(er) op latere leeftijd intreden in een andere sport (Balyi, e.a., 2005).

Een veelzijdige opleiding betekent niet dat er geen doelgerichte oefeningen gedaan mogen worden! Er dient al wel vroeg te worden begonnen met doelgerichte oefeningen om de essenties van de technieken aan te leren (Ford e.a., 2009).

“Alle atletiekdisciplines varen wel bij een veelzijdige jeugdtraining. Hierdoor kan worden voorkomen dat je jonge ”goed presterende” atleten krijgt die daarna weer snel van het toneel verdwijnen door blessures of al zijn opgebrand. Door een brede ontwikkeling in de jeugdjaren kan later een hoger prestatieniveau bereikt worden.” (Ronald Vetter, MJOP Meerkamp)