Al vroeg in haar carrière nam zij deel aan het EK van Brussel in 1950, waar zij met een sprong van 5,63 meter zilver veroverde bij het verspringen. Als lid van de Nederlandse ploeg op de Olympische Spelen van Helsinki in 1952 bereikte zij het hoogtepunt van haar relatief korte atletiekcarrière. De van oorsprong voor AV Zaanland uitkomende vijfkampster eindigde als vijfde bij het verspringen met een afstand van 5,81 meter. Daarnaast vestigde zij samen met Gré de Jongh, Nel Büch en Puck van Duyne-Brouwer in de series van de 4x100 meter estafette een Nederlands record van 47,1 seconden. In de finale eindigde het team als zesde in 47,8 seconden. Op de 80 meter horden strandde Posma-Lust in de series.