Lauren had al heel wat sporten geprobeerd toen ze op haar vijftiende begon met atletiek, bij Prins Hendrik in Vught. “Mijn zusje was toen al lid bij de vereniging. Zij was vooral aan het lopen en sprinten, dat is niet meteen iets voor mij, maar ik dacht: er zijn meer dingen te doen binnen de atletiek.”
Door haar cerebrale parese – een hersenaandoening waardoor je je spieren moeilijker kunt aansturen – heeft ze moeite met lange afstanden lopen en springen. “Ik ben gestart bij de Frame Running groep. Ik vond het leuk, maar later kwam het gevoel: misschien kan ik wel meer dan dit.” Na wat proberen bij andere groepen kwam ze uit bij een gemengde groep, met atleten met en zonder beperking. “Ik was het altijd gewend om in een apart groepje te zitten, ik had er nooit zo over nagedacht om met atleten zonder beperking te sporten. Maar ik vond het fijn dat die optie er was. Al snel voelde ik dat ik hier op mijn plek zat.”
In de inclusieve trainingsgroep ervaarde Lauren dat ze er mocht zijn. Dat was voor haar van grote betekenis, te meer omdat ze dat gevoel op school niet had: “Mijn tijd op de middelbare school was niet zo’n fijne tijd. Als je een beperking hebt, voel je je al snel anders dan de anderen. Je kunt niet alles wat anderen kunnen, je moet je vaak aanpassen. Op de atletiekvereniging ervaarde ik dat ik erbij hoor, dat ik mee mag doen. Dat was belangrijk om mezelf te accepteren.”