Sport in Spanje

Sport speelt een belangrijke rol in het leven van de Spanjaarden. De belangrijkste sport in Spanje is voetbal. Bekende voetbalclubs zijn onder meer Barcelona, Real Madrid, Valencia, Sevilla en Atletico Madrid. Vooral de eerste twee timmeren al jarenlang flink aan de weg en spelen een belangrijke rol in eigen land, maar ook op internationaal vlak. In 2008 werd het Spaanse voetbalelftal Europees Kampioen in het Ernst Happel Stadion in Wenen. Dat was de tweede keer: ook in 1964 pakte het Spaanse nationale elftal de Europese titel.

Op de tweede plaats komt basketbal. Basketbal in Spanje wordt op hoog niveau gespeeld. In 2006 werd het Spaanse nationale basketbalteam zelfs wereldkampioen door Griekenland in de finale te verslaan. Bekende namen in het basketbal zijn onder andere Pau Gasol, Sergio Rodriguez, Jorge Garbajosa, Rudy Fernandez, Ricky Rubio en Jose Manuel Calderon.

Spanjaarden zijn fanatiekelingen. Hun favoriete voetbalclub is vaak hun alles. Zijn de resultaten minder, dan moet de trainer eruit. Gaat het goed, dan is de trots heel groot. Zo werkt het ook bij andere sporten, alleen zijn daar de supportersaantallen kleiner.  Andere populaire sporten in Spanje zijn onder meer tennis, met wereldster Rafael Nadal, autosport, waarbij vooral Fernando Alonso populair is, en golf.

In 1992 organiseerde Barcelona de Olympische Zomerspelen, de eerste keer in de geschiedenis van Spanje.

ATLETEN IN SPANJE

Spanje kent een aantal grote atleten, sporters die belangrijke kampioenstitels hebben behaald. Spaanse atleten zijn vooral succesvol geweest op de looponderdelen en in het snelwandelen. Drie ervan zijn hieronder meer gedetailleerd opgenomen.

Marta Domínguez Azpeleta (Palencia, 3 november 1975) is een Spaanse atlete, die gespecialiseerd is in de 5000 en de 10.000 m. Ze behoort sinds het EK van 1998 tot de Europese top van de langeafstandsloopsters. Ze is zesvoudig Spaans kampioene op de 5000 m en nam driemaal deel aan de Olympische Spelen.

Eerste goud
Domínguez begon met het lopen van internationale wedstrijden in 1992. Op het WK veldlopen voor junioren in Boston werd ze 37e in 14.33. Meer succes boekte ze op de World Gymnasiade dat jaar, waarbij ze met een tijd van 4.22,99 een zilveren medaille behaalde op de 1500 m. Haar eerste internationale gouden medaille behaalde ze een jaar later op het EK voor junioren in het Spaanse San Sebastian. Op de 1500 m versloeg ze met een tijd van 4.17,26 de Roemeense Elena Cosoveanu (zilver) en de Duitse Anne Bruns (brons).

Tweemaal Europees kampioene
Bij haar olympische debuut in 1996 wist Marta Domínguez zich niet te kwalificeren voor de finale op de 1500 m. Vier jaar later werd ze op de Olympische Spelen van Sydney met 15.45,07 op de 5000 m eveneens in de voorrondes uitgeschakeld. Op het WK 2001 in Edmonton en het WK 2003 in Parijs won ze beide keren een zilveren medaille op de 5000 m. In beide jaren werd ze verkozen tot Spaans atlete van het jaar. In het tussenliggende jaar 2002 had zij inmiddels twee Europese titels veroverd: eerst werd zij in Wenen Europees indoorkampioene op de 3000 m, om vervolgens tijdens de Europese baankampioenschappen in München ook de titel op de 5000 m voor zich op te eisen.

In 2004 miste ze de Olympische Spelen in Athene wegens een blessure. In 2005 maakte ze haar comeback op de wereldkampioenschappen atletiek 2005 in Helsinki met een vierde plaats.

Meest succesvolle Spaanse atlete
Op de Europese kampioenschappen atletiek 2006 in Göteborg prolongeerde Domínguez haar titel op de 5000 m. Ze is hiermee de meeste succesvolle Spaanse atlete in de geschiedenis. Tijdens hetzelfde evenement liep ze een Spaans record op de 10.000 m, op welk nummer ze in de finale als zevende eindigde.

Op de Olympische Spelen van 2008 in Peking plaatste ze zich voor de finale van de 3000 m steeplechase. Hierin snelde de Russische Goelnara Samitova-Galkina geheel op eigen kracht naar de overwinning en een nieuw wereldrecord, waarbij zij met haar eindtijd van 8.58,81 bovendien als eerste vrouw binnen de negen minuten bleef. In dit geweld wist Marta Domínguez zich aanvankelijk goed staande te houden en zelfs zag het er tot de laatste ronde naar uit, dat zij op weg was naar een medaille. Totdat de Spaanse over een balk struikelde en uitgeschakeld was. Negen vrouwen liepen in deze race een persoonlijk of nationaal record.

Wereldkampioene
Op de dag af een jaar later nam Domínguez tijdens de wereldkampioenschappen in Berlijn op sportieve wijze revanche voor haar echec in Peking. Evenals tijdens de Olympische Spelen nam de Russische Samitova-Galkina het initiatief, maar dit keer deed ze het iets rustiger aan met tussentijden van 3.01 en 6.06 en kon Domínguez goed volgen. In de laatste 200 meter bleek de Spaanse over het sterkste eindschot te beschikken en in een persoonlijk beste tijd van van 9.07,32 liep Domínguez naar het goud. Joelia Saroedneva veroverde in 9.08,39 het zilver en Milcah Chemos Cheywa in 9.08,57 brons. Samitova-Galkina greep met een vierde plaats buiten het eremetaal.

Daniel Plaza Montero (Barcelona, 3 juli 1966) is een voormalige Spaanse snelwandelaar. Hij werd met snelwandelen olympisch kampioen en meervoudig Spaans kampioen.

Zijn grootste succes behaalde Plaza in zijn geboortestad Barcelona bij de Olympische Zomerspelen 1992, waar hij de gouden medaille won op de 20 km snelwandelen. In 1990 won hij in dezelfde discipline zilver op de Europese kampioenschappen in Split en in 1993 brons bij de WK in Stuttgart.

Een schaduw kwam er over de carrière van Daniel Plaza, toen hij in 1996 na de Spaanse kampioenschappen positief werd bevonden op nandrolon. Hij beweerde dat deze positieve test werd veroorzaakt door toepassing van cunnilingus bij zijn zwangere vrouw. Hij werd desalniettemin voor twee jaar geschorst. Hiertegen spande hij een rechtszaak aan, die hij uiteindelijk in 2006 won.

María Vasco (Barcelona, 26 december 1975) is een Spaanse snelwandelaarster. Ze is één van de sterkste Spaanse snelwandelaarsters. Zo is ze vijftienvoudig Spaans kampioene en heeft de Spaanse records in handen op de 3000 m, 5000 m, 10.000 m, 5 km, 10 km en de 20 km. In totaal nam ze viermaal deel aan de Olympische Spelen en won hierbij één bronzen medaille.

Tijdens haar eerste internationale optreden werd Vasco vijftiende op het WK voor junioren in Plovdiv. In 1996 werd ze Spaans kampioene op de 10.000 m snelwandelen en de 10 km snelwandelen. Dat jaar nam ze ook deel aan de Olympische Spelen van Atlanta, maar werd slechts 28e op de 10 km snelwandelen. Een jaar later won ze haar eerste medaille op een internationale wedstrijd met het winnen van het zilver op de 10 km snelwandelen van het EK onder 23 jaar achter de Russische Olga Panfyorova (goud) en voor de Portugese Susana Feitor (brons).

Op de Olympische Spelen van Sydney in 2000 won María Vasco een bronzen medaille op de 20 km snelwandelen in 1:30.23 achter de Chinese Wang Liping (goud) en de Noorse Kjersti Tysse Plätzer (zilver). Vier jaar later werd ze op dit nummer zevende op de Olympische Spelen van Athene. Op het WK 2007 in Osaka werd ze derde achter de Russinnen Olga Kaniskina (goud) en Tatjana Sjemjakina (zilver) op het onderdeel 20 km snelwandelen.

 
Bron: Wikipedia